//
you're reading...
memories

Het Vreemde Songfestival…


Het vreemde songfestival

Jeugdmusical voor kinderen
van 8 – 12 jaar

gespeeld op de

basisschool Cornelis Jetses te Eindhoven in 1978

Personen:
Bur Burgemeester (kleding spreekt voor zichzelf)
B Bakker Kletskop (tevens omroeper)
K Kwikzilver, de kruidendokter (een soort kwakzalver die allerlei kruiden en drankjes verkoopt)
A Annoeska     Tijdens haar optreden bij het songfestival draagt zij zigeunerkleding. Ze heeft een tamboerijn bij zich
M Marimba     Tijdens het songfestival is zij Zuidamerikaans gekleed. Grote strooien hoed
H Henkie Doedel treedt op in een schots kostuum. Hij heeft ook een doedelzak bij zich
V Volk     Verkleed als dorpelingen. Een deel vormt de bevolking van het orkest
D Dirigent
R Hardloper Razendsnel (kleine neus)
VL Hardloper Vliegensvlug (lange neus)
Ver Verslaggever
Het stuk speelt zich af op een dorpsplein met in het midden een muziektent.
Verder is nodig:
Een tafel met drie stoelen
Een kistje dat als podium kan dienen
Scorebordjes
Een zilveren beker
Taartjes
Bloemen
Muziekinstrumenten
Een zogenaamde “wandelende winkel” bestaande uit twee kastjes die men met band
over schouder kan meedragen, met hierin vreemde flesjes, doosjes enz
Een Telefoon
Een Feestneus
Een Microfoon
Een Doedelzak
Spel
Het stuk begin met de opkomst van een muzikant met trompet of accordeon. Daarachter een jongen en een grote trom
en dáárachter, in polonaise een sliert kinderen, die de bevolking voorstelt van het dorpje Knudde aan het Riet.
Ze zingen het volgende liedje:
Lied 1. DE MUZIEK ACHTERNARefrein:
Hé hé hé
Wie gaat er met ons mee, mee, mee
Gezellig de muziek achterna
Van je hoempapa en tralala
Van we gaan nog niet naar huis
Nog lang niet
Want wat moet je hier?
Hier in dit dorp is niks te doen
Is geen vertier.1.
Alles in dit dorp is even duf-duf
als je er niet uitbreekt word je suf-suf
o, we zijn het allemaal zo zat
we gaan feesten in de stad
hé hé hé héRefrein

2.
Niemand vindt er in dit dorp zijn draai-draai
alles in dit dorp is even saai-saai
o, we zijn het allemaal zo zat
we gaan feesten in de stad
hé hé hé hé

Refrein

(Ze gaan zingend en dansend af.
Ondertussen zijn de burgemeester en bakker Kletskop opgekomen)
Bur Wat moeten we dáár nou toch aan doen, bakker Kletskop?
B Waaraan, burgemeester?
Bur Dat onze bevolking steeds maar weer naar de grote stad gaat om plezier te maken.
B Ja, ik denk dat het komt omdat er hier nooit eens iets leuks gebeurt.
Bur Dan wordt het tijd dat daar eens verandering in komt. Laten wij eens iets leuks bedenken, bakker Kletskop.
B Eh… ja… bijna… Ja, ik heb het!
Bur Wat dan?
B Geweldig
Bur Je maakt me nieuwsgierig.
B Ja, als ik nu eens een stukje aan mijn winkel zou bouwen… een beetje grotere etalage… zou dat niet trekken?
Bur Welnee man, dat is niks. Het moet iets gróóts zijn… Iets waar iedereen versteld van staat.
B Eh… een stadion dan… En dan ’s avonds verlicht door vuurspuwende bergen!
Bur Ach man, dat wordt toch veel te duur. We hebben nog precies acht gulden vijfenzeventig in de gemeentekas.
Nee, we moeten iets verzinnen wat niets kost…
(De bevolking komt weer zingend – de melodie van lied 1 – en dansend op)
Bur Stop… Stop…! Hola, wacht even mensen!
(Men gaat in een kring om de burgemeester staan)
Bur Luister, niemand hoeft meer naar de stad te gaan
om plezier te maken want vanaf vandaag is het elke dag feest
in onze eigen plaats Knudde aan het Riet.
V Hoera… Feest! Waar bestaat dat feest dan uit?
Bur Ja… waar bestaat het feest uit… even snel denken… Eh, ja.
Iedereen mag gratis taartjes eten in de bakkerij van bakker Kletskop.
V Hoera…! Lekker…! (Volk juigend af naar links)
B (Tegen de burgemeester) Zeg, wat moet dat betekenen?
Wie heeft dat gezegd?
Bur Ik! Dat hoor je toch. Het kwam zomaar plotseling in me op.
Vind je het geen schitterend idee?
B Een schitterend idee… dat kost me handen vol geld.
Bur Ach, je moet maar zo denken: het feest gaat voor. En voorlopig zijn we weer gered.
(Het volk komt al taartjes etend weer op)
V Hmmm… lekker zeg… dat is pas feest… Wat gaan we nou doen?
B Stilte… stilte… Nu gaan we allemaal gratis bloemen plukken in de tuin van de burgemeester. Haal de hele rommel er maar uit.
(Volk juigend naar rechts)
Bur Hé zeg, wat krijgen we nou?
B Vindt u het geen schitterend idee?
Bur Mijn kostbare gladiolen… mijn rozen… mijn tulpen…
B Nou ja, u moet maar denken: het feest gaat voor en voorlopig zijn we weer gered.
Bur Maar ze blijven we aan de gang. Kunnen we niet iets beters bedenken?
(Er komen twee hardlopers aangerend. De voorste heeft een zilveren beker in zijn hand.
De tweede probeert de beker af te pakken. Ze rennen in een kringetje om de burgemeester en de bakker heen)
Vl Geef hier… die beker
R Pak me dan, als je kan
Bur Zeg wat moet dat? Wie zijn jullie?
Vl Ik ben de hardloper Vliegensvlug en winnaar van de zilveren beker.
Bur En wie ben jij?
R Ik ben de hardloper Razendsnel en die beker is van mij want ik ben sneller dan hij.
Vl Nietwaar. Ik ben vlugger… (Ze rennen weer in een kringetje)
Bur Stop… stop… Hoe zit dat nu precies met die beker? Wie heeft hem nou gewonnen?
Vl We kwamen allebei tegelijk aan, maar ik lag met één neuslengte voor.
R Ja, maar hij heeft een grotere neus dan ik en daarom is het niet eerlijk.
Bur Nee, dat is waar, jij hebt ook wel een erg klein neusje. Weet je wat? Dan doen we de wedstrijd over,
en krijg je van mij een extra lange neus.
(De burgemeester pakt een feestneus van de grond, die de bevolking had laten vallen
tijdens de polonaise en zet die op bij Razendsnel)
Bur Zo, en nu kijken we wie het eerst in Australië is. Klaar… Af!
(De hardlopers rennen weg)
Bur Zo, die zien we voorlopig niet meer terug. Hé… wat heb jij daar?
B Die zilveren beker.
Bur Ach, laat eens kijken… Er staat wat op… “Wisselbeker”…
Wat zou dat betekenen?
B Dat die beker telkens van eigenaar verwisseld.
Bur Ha, dat is leuk. Dan ben ik nu dus de nieuwe eigenaar. Enig!
B Ja, maar wat wou u nou met die beker doen, burgemeester?
Bur Tja… hmmm… als we nu eens een wedstrijd organiseren…
waarbij deze beker de eerste prijs is…
B Wat voor een wedstrijd dan?
Bur Eh… iets moois… iets waar de hele bevolking aan mee kan doen… iets met kunst…
eh… een songfestival bijvoorbeeld.
B U bedoeld met van die liedjes zingen enzo…?
Bur Ja, een echt songfestival. Geweldig… hoe kom ik erop… enorm! (hij klopt zichzelf op de schouder).
Goed zo burgemeester…! Wij gaan dit groots aanpakken. Kletskop, heb jij een gong thuis? Juist!
Daarmee ga je het songfestival aankondigen.
B Oh… eh… wat?
Bur Vlug, daar komen de eerste mensen al aan (bakker gaat af)
(Het volk komt op in kleine groepjes. Sommigen hebben bloemen)
V (De teksten, die in deze musical voor “Volk” geschreven zijn worden naar eigen goeddunken onder de kinderen verdeeld)
Hoe vind je mijn rozen?
Auw… dat prikt.
Waarom heb jij geen bloemen?
Ach, ik wacht nog even. Misschien mogen we straks gratis de speelgoedwinkel leeghalen.
Bur Hallo mensen, allemaal even stil. Stilte…!
V Wat is er?
Bur We gaan vanmiddag iets leuks doen. Iets bijzonders…
V Wat dan?
Bur Een… eh… Feest!
V Feest?
Is er iemand jarig?
Wat voor feest?
Bur Eh… bakker Kletskop…
V O, jongens, bakker Kletskop geeft een feest.
(Kletskop op. Hij wordt meteen gefeliciteerd, handen geschud, op de schouders geklopt, enz.)
B Hela, wat is dat?
Bur Nee, er komt een songfestival.
B Wat is dat nou? Ik zou het toch aankondigen, nou heeft u het al verklapt.
Bur Oh ja… eh… mensen, er komt géén songfestival… er komt een bakker… eh…
B Nou begrijpt niemend er meer wat van (Hij slaat op de gong)
Hoort, zegt het voort (gong)
Hoort zegt het voort.
De burgemeester van Knudde aan het Riet maakt bekend, dat er vanmiddag een songfestival zal worden gehouden.
Iedereen mag meedoen. Wie het mooiste of het leukste zingt krijgt de hoofdprijs…
En dat is een echte zilveren beker (gong).
Hoort, zegt het voort! (gong)
Hoort, zegt het voort! (gong)
(De bakker gaat af)
V Hoor je dat, een songfestival.
Ik doe mee
Ja, ik ook
Wat ga jij zingen?
Eh… weet ik nog niet.
Hùh, jij kan niet eens zingen.
D Er moet ook een orkest komen. Ik ben dirigent.
V Ja, en ik speel trompet.
En ik de grote trom.
En ikke viool
D Ja, we kunnen niet allemaal meedoen. Eens kijken… Ik heb nodig… twee trompetten… twee trombones…
vier violen… een fluit… een klarinet… slagwerk… jij en jij… en jij daar…
(De kinderen steken hun vinger op en vragen smekend om ook mee te mogen doen. De dirigent kiest z’n mensen uit)
D Nou gaan we hiernaast maar meteen repeteren. Kom op jongens…
(Het “orkest” gaat af)
A Ik ga me verkleden als zigeunerin en dan ga ik er bij dansen.
M Ja, ik ga me ook verkleden en dan zing ik een “cha cha cha”.
H Ik ga denk ik in een Schots kostuum. Ik ken nog een oud Schots liedje.
Dat gaat zo: (Zingt erg hees) Dit is een Schotse doedelzak. Ik kreeg hem van mijn neef… (melodie liedje 8)
V Ha ha… noem je dát zingen. Er zit zeker een stuk schuurpapier in je keel.
Jij mag helemaal niet eens meedoen.
Dat zou een schande zijn voor het hele songfestival.
(Kruidendokter Kwikzilver komt op)
Lied 2. RUIM BAAN(solo)
Ruim baan, ruim baan
ik kom eraan
Bereisd als geen ander,
gróót is mijn faam.
Ruim baan, ruim baan
ik kom eraan!
Mijn titel is: Dokter,
Kwikzilver m’n naam!
Ik reis met m’n kruiden
van ’t noorden naar ’t zuiden
en overal zijn ze vermaard om hun kracht.
Men bidt mij of ‘k hier kom
men smeekt mij of ‘k dáár kom
En tóch ben ik hier,
wie had dát nou verwacht!(koor)
Ruim baan, ruim baan
daar komt ie aan;
Bereisd als geen ander
gróót is z’n faam!
Ruim baan, ruim baan
daar komt ie aan
Zijn titel is: Dokter
Kwikzilver zijn naam.(solo)
Mijn kruiden genazen de lievelingspoes
van de Sjah van Iran
Mijn poedertjes brachten een epidemie
in Zuid-Rusland tot staan.
De groten der aarde
zij gaven hun zilver en goud met plezier
Maar ik bleef eenvoudig:
ik geef niet om geld en
dus kom ik ook hier!

(koor)
Ruim baan, ruim baan
daar komt ie aan; Bereisd als geen ander
gróót is z’n faam!
Ruim baan, ruim baan
daar komt ie aan
Zijn titel is: Dokter
Kwikzilver zijn naam.
Hij reist met z’n kruiden
van ’t noorden naar ’t zuiden
en overal zijn ze vermaard om hun kracht.

 

(solo)
Men bidt mij of ‘k hier kom
men smeekt mij of ‘k dáár kom
En tóch ben ik hier,
wie had dát nou verwacht!(koor)
Ruim baan, ruim baan
daar komt ie aan;
Bereisd als geen ander
gróót is z’n faam!
Ruim baan, ruim baan
daar komt ie aan
Zijn titel is: Dokter
Kwikzilver zijn naam.(koor)
La la la enz…

(solo)
Men bidt mij of ‘k hier kom
men smeekt mij of ‘k dáár kom
En tóch ben ik hier,
Wie had dát nou verwacht!

(koor)
La la la enz…
Zijn titel is: Dokter
Kwikzilver zijn naam.

K Ja, hier ben ik dan… hier ben ik dan… kruidendokter Kwikzilver!
Beroemd in het binnenland… in het buitenland… en in… eh… Ameland.
Komt dat zien… komt dat zien… ik ben die machtige medicijnman… die trotse tovenaar…
die swingende specialist in poeders en pillen…! In Italië verloste ik de boeren van de kinkelhoest.
In Egypte gaf ik de mummies een schoon verband… en in Japan behandelde ik de keizer aan een snee…
V Bent u bij een echte keizer geweest?
Aan het hof?
K Ach, jongeman, ik ben geweest in heel veel hoven… in Eindhoven… Bilthoven… Schoonhoven…
V Dan moet u wel erg geleerd zijn.
K Zeg dat wel… en ik heb ook heel wat titels… ik ben een zeer geleerde weledel…
gestrengeld geboren… heer… professor… meester… dokter… ingenieur… directeur… monteur…
V Ouwe zeur…
K Hum… ik heb ook heel wat meegemaakt. Eens was ik in groot gevaar… een troep menseneters zat mij op de hielen…
vreselijke kerels… hun ogen rolden uit hun kassen terwijl ze gilden als bezetenen!
Juist was ik van plan hun iets kalmerends voor te schrijven, toen ze plotseling op de vlucht sloegen…
V Hè…? Waarom?
K Ik draaide mij om en zag vlak achter mij een dol geworden tijger! Het beest ging op z’n achterpoten staan,
sperde z’n muil open en gaf een oorverdovend, schor gebrul…
Zo vader… zei ik, jij hebt een lelijke rode keel. Een hoestdrankje zou geen kwaad kunnen.
V Tjonge… was u niet bang?
K Bang? Daar had ik geen tijd voor, want links van mij naderde een olifant met een lopend oor…
V Een lopend oor…?
K (wijst) Ja, en hij had zulke korte pootjes… geen gezicht…
V Wat raar, een olifant zonder oren.
K Dat vond ik ook. Ik heb hem dus gauw weer een oor aangenaaid…
daarna trok ik nog een kies bij een krokodil… ach, het was een drukke dag.
V Niet te geloven…
Wat zijn dit voor kastjes?
K Dat is mijn wandelende winkel… kijk maar eens rustig rond. Hier heb ik het beroemde vlekkenwater,
helpt tegen alle soorten vlekken… vetvlekken… moedervlekken… vadervlekken… en hier… m’n kruidenrekje…
bitterkruid… kruidje roer me niet… rattenkruid… álle soorten kruiden.
V Heeft u ook limonade? Ik heb zo’n dorst.
K Limonade? Nee, maar wel thee… kruidenthee… mmmm, heerlijk pittig. En dan heb ik ook nog mijn beroemde kruidenkoekjes.
Kwikzilver Kruidkoekjes. Wie zo’n koekje eet krijgt direkt een groot verstand.
V Een groot verstand? Hoe kan dat nou?
K Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan. Koop nú de beroemde verstand-koekjes.
De hele voorraad gaat weg voor de halve prijs. Ze kosten maar één kwartje per stuk.
V Een kwartje? Wel duur!
K Duur? Spotgoedkoop meneer… een kwartje en uw verstand begint meteen te groeien!
Alstublieft mevrouw… één verstandkoekje… hier meneer… een kwartje graag… alles moet weg…
(iedereen koopt een koekje)
Lied 3. KOEKJESRefrein:
Koekjes, koop koekjes
eet koekjes voor een extra
super-dubbeldik verstand.
Koekjes, koop koekjes
eet koekjes voor een extra super-dubbeldik verstand.
Snugger wordt je
pienter wordt je
en bijdehand
Niets mislukt je
alles lukt je
met zo’n verstand.
Koekjes, koop koekjes
eet koekjes voor een extra super-dubbeldik verstand.1.
Want wie denkt er nou nooit
een keertje: hé hé!
Die som of dat dictee
valt me niet mee, mee
Daar snap ik noch een bal van
noch een fluit.
Daar ben ik te stom voor,
daar kom ik nooit uit.Refrein

2.
En denk nou niet: ik zal
nog wel eens zien, zien.
Je krijgt als je ze eet
altijd een tien, tien
En eet je er nog meer
krijg je een elf.
’t Is echt waar, de dokter
zegt het toch zelf!

Refrein

(Iedereen gaat zingend en etend af, alleen de kruidendokter blijft)
K Hahaha, dat heb ik weer eventjes gauw verdiend. Kijk eens… twintig zilveren kwartjes voor die waardeloze, oudbakken koekjes…
ha allemaal zilveren geldstukjes… en ik ben zo gek op zilver… ja, ’s nachts droom ik nog van zilver…
misschien komt dat omdat ik Kwikzilver heet.
H (komt op) Dokter, kunt u mij niet helpen?
K Hé jongeman… wou jij ook een verstandskoekje?
H Nee, dat hoeft niet.
K Hmmm… wat anders dan? Ik heb hier een flesje uilenballenzuur.
Dat helpt goed tegen de pijn in de hurken.
H Nee, ik heb zo’n hese stem en nou mag ik niet meedoen met het songfestival.
K Zozozo…
H Heeft u nou niet een drankje voor me, om m’n keel te smeren?
K Een drankje? Eh… even denken… wacht eens… ja natuurlijk heb ik dat. Kijk eens… in dit flesje zit een drankje
gemaakt van zangzaad en goudkorrels. Als je dat opdrinkt krijg je een gouden stem!
H Oh, wat geweldig. Is dat drankje ook te koop?
K Te koop? Eh… eigenlijk niet… maar omdat jij mijn vriend bent
geef ik je dit wonderdrankje cadeau… voor één gulden.
H Een hele gulden?
K Spotgoedkoop meneertje, één gulden voor zo’n wonderdrankje… en dan nog twee kwartjes voor het flesje…
plus bediening… vijftien cent… dat is samen precies een rijksdaalder…
H Wat veel.
K Hoe langer u wacht, hoe duurder het wordt. Ik zou het dus maar gauw kopen.
H Nou goed dan. Hier is een rijksdaalder.
K Dank je wel… een zilveren rijksdaalder… ach wat ben ik toch slim.
H Zo, nou zal ik vast wel het songfestival winnen en dan krijg ik de zilveren beker, hoera… (hij gaat af)
K Wat zei ie? Zilveren beker??? Is de eerste prijs een zilveren beker? Alle gifkikkertjes… die wil ik zelf wel winnen.
Ik moet een list verzinnen. Als ik nu eens een geniepig drankje maak dat ik verwissel met dat andere… een hik-drankje…
zodat hij voortdurend moet hikken… ja, dat doe ik… duizend pissebedden… ik heb ‘n plannetje… ‘n plannetje… (af)
(De bakker komt weer op en slaat op zijn gong)
B Hoort, zegt het voort
Het songfestival kan beginnen! Allemaal aantreden.
Hierheen mensen… hierheen…
(Dorpsbewoners komen aanlopen. Ze zetten een tafel neer met een telefoon erop en stoelen voor de juryleden.
De dirigent en het “orkest” nemen plaats in de muziektent. Ze spelen op zelfgemaakte instrumenten
en begeleiden zogenaamd alle volgende liedjes)
Lied 4. BING BANG BONGRefrein:
Bing Bang Bong
roept de gong:
oud en jong
zing je song
op het songfestival
ons eigen songfestival:
het gaat beginnen!
Bing Bang Bong
roept de gong;
oud en jong
zing je song
op het songfestival
ons eigen songfestival:
maak je borst maar nat.1.
Wie winnen zal is vooralsnog onzeker
misschien is er één beter dan de rest;
en die krijgt dan die mooie zilv’ren beker
en dat is toch niet niks, dus doe je best.Refrein

2.
Er gaat dus in dit dorp toch iets gebeuren
en dat is op zichzelf al reuzefijn.
Wie niet wint moet dus straks ook niet gaan zeuren
het is toch al een feest om hier te zijn.

Refrein

Bur (is onder het lied ook opgekomen)
Beste mensen… ik als burgemeester van onze plaats: Knudde aan het Riet, open hierbij het songfestival.
Ik hoop dat het een mooie wedstrijd zal worden en dat de winnaar… eh… zal winnen.
En nu zal ik de jury aan u voorstellen en dat is: ten eerste Slager Baklap (Applaus – Baklap op)
Slager Baklap is vaker jurylid geweest. Vorige week was hij in Duitsland op het slager-festival,
waar hij vette prijzen heeft uitgedeeld. (gejoel en gefluit van het volk)
En als tweede jurylid hebben we iemand die heel muzikaal is. Hij bespeeld zèlf verschillende instrumenten.
Zo tokkelt hij op de trompet… blaast viool en speelt zelfs piano met losse handen! Hier komt hij… Barend Bierbruller…
(Bierbruller op: met baard en zonnebril – Applaus, gefluit enz)
En nu, dames en heren, ons derde jurylid… Kees Vlinderbelg.
V Hè… báh.
Alweer een man.
Ja, er zitten alleen maar mannen in de jury.
Er moet ook een vrouw bij zijn.
Bur Een vrouw? Uh… o… juist… ik zie geen vrouw…
V Oh nee??? en wij dan???
Ik wil in de jury…
Ja, ik ook…
Nee… ik… (gekibbel)
Bur Stil… ho… stop! Daarom zit er juist geen vrouw in de jury… omdat ze altijd kibbelen.
V Dat is het toppunt!
Nu nog mooier… enz. enz. (opnieuw gekibbel)
Bur Stil… help… koest… af.!
Goed dan, één van jullie mag in de jury… eh, de meest rustige… die daar… hoe heet u?
T Mevrouw Tuttebol
Bur Ha ha, wat zegt u?
T Mevrouw Tuttebol.
Bur Ha ha, wat een mop… weet ik wat ik dacht?… ha ha ha ha…
T Nee, wat dan?
Bur Ik dacht dat u “Tuttebol” zei, ha ha
T Dat zei ik ook.
Bur Hum… juist… Goed mevrouw Tulla… bulle… u wilt dus in de jury, gaat u daar dan maar zitten…
(de juryleden gaan nu alle drie achter de jurytafel zitten)
Lied 5. DE JURYRefrein:
De leden van de jury
zijn mannetjes en vrouwtjes
die trekken aan de touwtjes van de prijzenkast
De leden van de jury;
die mannetjes en vrouwtjes
doen juichend of juist lauwtjes
en dat geeft vaak last.
Oh oh oh oh     oh-oh-oh-oh
Oh oh oh oh     oh-oh-oh-oh.1.
Ze trekken aan de touwtjes
want ze weten hoe het moet
Ze kunnen zomaar zeggen:
dit is slecht en dit is goed!Refrein:

2.
Als jij denk dat iets goed was
zeggen zij bedachtzaam: Nee!
Als jij denk dat iets slecht was
zeggen zij: dat viel erg mee!

Refrein:

Bur Dames en heren, u heeft nu dus kennis gemaakt met de jury.
Dan zal ik nu de eerste prijs laten zien en dat is deze prachtige zilveren beker!
V Ohhhh, wat mooi
Schitterend… enz.
Bur Ja, ik vind hem zelf ook mooi… te mooi eigenlijk.
V Mag ik hem eens van dichtbij zien… prachtig…
Bur Het is een wisselbeker… je kunt hem dus verwisselen.
V (iemand anders pakt hem vlug af)
… ja, dat zie ik… nou heb ik ‘m.
(de eerste) Hé… geef hier, ik had hem het eerste.
(een derde pakt hem weg) …en nou heb ik ‘m.
(de beker wordt telkens door iemand anders weggegrist)
Hé… geef hier dat ding… hier…(enz.)
Bur (schreeuwend) Ho… stop… halt… hoehoe ha… hier die beker. (pakt de beker)
We… we zetten hem netjes midden op tafel, dan kan er niets mee gebeuren. Hèhè… wat ‘n toestand…
Wat nu? oh ja… het eerste liedje…
Ahem… dames en heren, dan heb ik nu de eer u aan te kondigen de beroemde Roemeense zangeres
en danseres Annoeska, met haar wervelende zigeuner-caerdas!
(Annoeska, verkleed als zigeunerin, komt op. Ze heeft ook een tamboerijn bij zich).
Lied 6. ANNOESKA1. (solo)
Ai, Annoeska, uit de poesta,
zij is echt een zwerverskind.
Ai, Annoeska, uit de poesta,
zij danst als een wervelwind.
Hasja, de benen van de grond.
Pasja, en dan weer driemaal rond.Refrein: (koor)
Mensen, mensen kom uit je harnas
want Annoeska, zij danst de caerdas.
Hai, hai, hai, hai, hatsjikidee
Hai, hai, hai, hai, dans met haar mee!2. (solo)
Ai, Annoeska, uit de poesta
danst de hele lange nacht.
Ai, Annoeska, uit de poesta,
heeft de stad op hol gebracht.
Hoelash, een stap opzij en t’rug
Goelash, wat gaat die dans toch vlug!

Refrein: (koor)

3. (solo)
Ja, Annoeska uit de poesta,
heeft nog echt zigeunerbloed.
Ja, Annoeska danst zo woest ja
dat je er van dansen moet.
Roeteras, de benen in de lucht
Poespas, wat is die dans berucht!

Refrein (koor) 2x

V (applaus) Hoeraaaaa! Prachtig…! Geweldig…
Bur Het woord is nu aan de jury.
(De juryleden houden elk een bordje omhoog met het cijfer 9)
V Hoera… driemaal een negen… goed zo…
(Op de voorgrond, wat opzij, verschijnt nu de kruidendokter, die zachtjes tegen het publiek in de zaal praat)
K Alle wurgslangetjes, dat gaat helemaal fout. Die jury geeft veel te hoge punten, daar moet ik een stokje voor steken.
(Hij loopt naar het midden en begint tegen de jury te praten)
Hela mensen van de jury… u houdt die bordjes helemaal verkeerd vast… u houdt ze ondersteboven.
T Oh, ja? moeten we ze dan omdraaien?
(Ze draaien de bordjes om zodat er een 6 ontstaat)
K Juist, zo hoort het.
V Hé, dat is de kruidendokter. Wat moet die hier?
Dat is die vent die ons heeft beetgenomen met die zogenaamde verstandskoekjes. Dat was gewoon nep.
B Ja, dat waren gewoon oude koekjes.
K Dat klopt, ik zie dat jullie verstand al aardig begint te werken. Zo zie je, die koekjes helpen toch maar geweldig.
V Dat is het toppunt!
Weg met die bedrieger!
M’n geld terug!
(De kruidendokter, Annoeska en de jury gaan al kibbelend af)
Bur Wat een toestand! Zoiets kan nu toch alleen in Knudde aan het Riet gebeuren. Enfin… dames en heren!
Helaas kunnen wij niet wachten met ons verdere programma, en daarom kondig ik u nu aan:
het optreden van de wereldberoemde Zuidamerikaanse Marimba… met een zelf geschreven liedje… de CHA CHA CHA!
(Marimba komt op, verkleed als zuidamerikaanse, met een grote hoed)
Lied 7 TJA TJA TJA1. (solo)
Ach had ik tja-tja-tja,
tja-tja maar geld genoeg
en had ik tja-tja-tja
tja-tja maar tijd genoeg.
dan was ik wég
dan ging ik lekker naar het zuiden
Ja naar een Zuidamerikaanse republiek
Dan ging ik naar Havanna of naar Panama,
naar Santiago of wel naar Bolivia.
Olé caramba
wat zou ik daar lekker dansen,
wat zou ik dansen op die cha-cha-cha-muziek.Refrein: (koor)
OEI
Kom Labbekakken, zak nou niet steeds door je benen
van hakketakken, met je hielen en je tenen.
Zo gaat het goed, ’t zit in je bloed
’t zit in je schenen,
van chikkechek,
die dans is helemaal te gek!
TJA TJA TJA2. (solo)
maar ik heb tja-tja-tja
tja-tja, geen rooie duit,
dat ziet er tja-tja-tja
tja-tja niet zó best uit.
Dus zit ik in
dit kouwe kikkerland te kleumen
Soms vindt ik zon op mijn balkon
of draai muziek.
Dan denk ik tja-tja-tja, tja-tja al is het pech
ik la-la-la, la-la me niet kisten zeg!
Ik draai een plaat
en op de maat ga ik dansen,
Ja, ik ga dansen op die cha-cha-cha-muziek!

Refrein (koor)
Refrein herhalen met la-la-la

(Tijdens het zingen is de jury weer opgekomen en zachtjes gaan zitten. Jurylid Bierbruller, de man met de grote baard
en de zonnebril, is nu ongemerkt vervangen door de kruidendokter, die nu de baard en de zonnebril op heeft).
V Applaus… hoera…!
Een tien… een tien!
Bur Bravo Marimba, dat was mooi gzongen. En nu is het woord weer aan de jury.
(Slager Baklap en juffrouw Tuttebol houden elk een bord met een 8 omhoog,
maar de man met de baard houdt een 2 omhoog).
Bur Een acht… en nog een acht… en een twee.
M Een TWEE??? Hoe kan dat nou??? Dat is veel te laag.
V Ja, veel te laag (boe-geroep)
B Die man heeft geen verstand van muziek. Wie is die mafketel? Mag ik ’s even aan je baard voelen?
(De bakker trekt de baard van de ander af en nu blijkt het de kruidendokter te zijn)
V Het is kwikzilver.
De kruidendokter.
Wat een bedrieger…!
K Ik wou me alleen even leuk verkleden, dat mag toch wel?
V Weg met die vent!
K Hè…? Wat vervelend nou… dat jullie me zo gauw doorhadden… Jullie worden veel te slim…
Ik had jullie toch minder verstandskoekjes moeten verkopen.
Bur Verdwijn…! Ga uit m’n oren… eh… m’n ogen… schobbejak!
(Tijdens het tumult wat nu ontstaat weet de kruidendokter ongemerkt de zilveren beker onder de jurytafel te verstoppen.
Niemand ziet het omdat er een groot kleed over de tafel ligt dat tot aan de grond reikt.
De kruidendokter wordt naar buiten gewerkt. Kruidendokter af)
Bur Zo, die is weg.
En dames en heren, wij gaan nu meteen weer verder met ons non-stop programma; met onze doorlopende voorstelling.
Want dit is dat theater met die grote artiesten, met die beroemde artiesten, met die beroemde sterren.
Dit is dat programma voor jong en oud, voor groot en klein. Dat songfestival met dat élement van spanning,
dat élement van vermaak. Wij gaan dus nu snel verder…
V Maar er zijn nog maar twee juryleden. Waar is Bierbruller?
Bur Ja, dat is waar ook… ik zou zeggen… waar is Bierbruller?
Juffrouw Tuttebol… zou u eens willen brullen… eh… roepen?
T (met een deftige stem) Meneer Bierbruller… oewap…
Bur Kunt u niet harder roepen?
T Meneer Bierbruller… eh… whoeps…!
Bur Ik geloof dat hij dáár zit. (als er een deur op het toneel aanwezig is wijst hij naar die deur,
of anders wijst hij naar de coulissen)
Juffrouw Tuttebol, wilt u eens gaan kijken?
(Zij gaat naar de plek die de burgemeester heeft aangewezen).
T Meneer Bierbruller, bent u daar? Hallo…
Bi (met nogal bange stem) Ja… ja…!
T Wilt u niet binnenkomen, wij gaan verder met het songfestival.
Bi Ik durf niet.
T Waarom niet?
Bi Ik kan me zo niet vertonen… ik schaam me zo…
T Ach, komt u nu maar, kom maar kerel…
(De deur gaat open en Bierbruller komt binnen, gekleed in ondergoed)
V Gelach
T Foei meneer Bierbruller, u moest u schamen.
Bi Ja, daar was ik juist mee bezig.
De kruidendokter heeft al mijn kleren afgenomen en toen is hij zelf in de jury gaan zitten.
Bur Schande…! Maar hoe dan ook, we kunnen zo’n bloterd niet in de jury gebruiken… Ga maar naar huis…
Onder de warme kachel… eh… achter de warme wol… en ik ga zélf, persoonlijk in de jury zitten… Ik heb gezegd!
(Bierbruller teleurgesteld af)
(Henkie Doedel op met z’n doedelzak)
H Zo, nu ben ik zeker aan de beurt?
Bur Wat krijgen we nou… wie is die vent?
H Ik ben Henkie Doedel.
Bur Wat moet je hier… met die zak met rare pijpen… Wat is dat voor flauwekul…
d’r wordt hier een songfestival gehouden.
H Daar kom ik juist aan meedoen. Ik kom hier een liefje zingen. Een schots volksliedje.
Bur Zingen? zei je.
H Ja, maar ik ga eerst even m’n keel smeren met dit drankje…
(hij haalt het flesje dat hij van de kruidendockter heeft gekocht, uit zijn zak en zet het op tafel.
De juryleden zien nu pas dat de zilveren beker verdwenen is, er ontstaat paniek)
Bur Hé, de zilveren beker is weg…!
V Help…
Politie…
Brandweer…!
Bur Niemand de deur uit. We gaan allemaal zoeken.
(Iedereen gaat af – als het toneel leeg is komt de kruidendokter weer op)
K Alle donderkopjes, iedereen is weg. En daar staat het flesje met m’n wonderdrankje. Dat ga ik even leuk verwisselen
voor het hikdrankje… ziezo… hihihi… en nu ga ik mooi die zilveren beker opduiken die ik onder de tafel verstopt had…
ahhh… Daar heb ik hem… alle bloedzuigertjes,wat een mooie beker…
(De anderen komen op en de kruidendokter wordt op heterdaad betrapt)
V Daar heb je de dief. Grijp hem!
K Hola, wat is dat, ik ben geen dief… blijf van me af.
Bur Zozo… ben jij geen dief? en hoe kom je dan aan die zilveren beker?
K Eh… die lag daar op de grond, onder de tafel… ik wou hem juist aan u geven, alstublieft…
Krijg ik nu misschien een beloning, dat zou leuk zijn.
Bur Een beloning??? Misschien zou de beste beloning zijn als we jou konden afleren om al die streken uit te halen.
Het wordt hoog tijd dat jij eens wat verstandiger wordt.
B Hier is zijn trommel met verstandskoekjes.
Bur Juist… jij moet maar eens heel veel van deze koekjes eten…
(Ze proppen hem koekjes in de mond – de kruidendokter gaat kauwend en slikkend af, nagehoond door de rest)
Bur Hèhè… die zijn we kwijt. Wat een dag… wat een songfestival…
Misschien kunnen we nu eindelijk rustig verder gaan.
(Verslaggever op met microfoon)
Ver Hallo mensen, wat is hier aan de hand?
Bur We proberen hier een songfestival te houden. En wie bent u?
Ver Ik ben verslaggever van het radio-journaal.
Bur Van de radio? Ach wat leuk… kan iedereen ons nu horen?
Ver Inderdaad (in de microfoon) Dames en heren luisteraars.
Wij zijn hier met de microfoon in het kleine plaatsje Knudde aan het Riet,
waar juist een songfestival wordt gehouden.
Hier naast mij staat de burgemeester en ik ga hem
een paar vragen stellen.
(Hij houdt de microfoon voor de burgemeester) Wel burgemeester,
zoudt u iets tegen de luisteraars willen zeggen?
Bur Eh… hum… hum.. ik als burgemeester… heb dit songfestival zélf bedacht,
en ik… eh… ben erg benieuwd hoe de mensen thuis dit songfestival vinden.
Misschien wil een van de luisteraars ons bellen. Ons telefoonnummer is:
nul komma nul vijf zes zeven… eh… het zou leuk zijn als eh…
iedereen het ook leuk vindt… ik… eh… heb het dus zélf bedacht…
en zelf vind ik het ook leuk… dus… denk ik dat iedereen het ook leuk vindt…
(De telefoon gaat, de burgemeester neemt de hoorn van de haak)
Ver Dames en heren, daar belt reeds de eerste luisteraar. We zijn erg benieuwd naar de eerste reactie…
Bur Hallo… hier met de burgemeester van Knudde aan het Riet… hallo… wat zegt u? Het songfestival?…
dat is hier ja… hoe vindt u het?… Wat zegt u? Vindt u er niks aan? Wat… u vindt het knudde met een rietje?
U vindt het een kinderachtige… stomme… klunzerige… snertvertoning…? Zeg eens… wie bent u eigenlijk? Wat…?
(Hij gooit de hoorn op de haak)
Ver Wie was dat?
Bur De kruidendokter Kwikzilver.
V Hahaha
Wat een mop
Wat een chagrijn…
Bur Het is om uit je vel te springen… eh… bah!
Ver Ik zou wel eens een liedje willen horen. Krijgen we nog iets?
Bur Een liedje…? O ja, Henkie Doedel gaat nog zingen. Dat zal ook wel weer niks zijn.
(Henkie Doedel neemt een paar slokken uit het flesje met de hikdrank;
begint meteen te hikken en zingt hikkend zijn liefje)
Lied 8. (H)IK EN M’N DOEDELZAK1. (solo)
Ik (hik), ik (hik)
Ik heb de hik en ook nog deze zak met pijpen.
Ik (hik), ik (hik)
Ik heb ’t moeilijk en dat is wel te begrijpen.Refrein: (solo)
Dit is een Schotse doedelzak (hik-hik)
Ik kreeg hem van m’n neef (hik-hik)
maar door die onverwachte hik (hik-hik)
klinkt alles Schots en Scheef (hik-hik)(koor)
Een echte Schotse doedelzak (hik-hik)
Hij kreeg hem van z’n neef (hik-hik)
maar door die onverwachte hik (hik-hik)
klinkt alles Schots en Scheef (hik-hik)

2. (solo)
Ik (hik), ik (hik)
Ik had een lied over een Schot verslaafd aan whisky
Hij (hik), hij (hik)
Hij kreeg de hik, maar dat ‘k zélf zou krijgen wist ‘k nie.

Refrein

3. (solo)
Ik (hik), ik (hik)
Ik sta voor aap, ik weet niet wat ik moet beginnen
Ik (hik), ik (hik)
Ik zal maar eindigen de prijs zal ik niet winnen.

Refrein

Bur Hahaha… hik… geweldig… dit was het meest originele liedje dat ik ooit… ge… hik… gehoord heb.
Ik hoop dat de jury het met mij eens is dat Henkie Doedel de eerste prijs verdiend.
H Ik snap er niks van. De kruidendokter zei tegen mij dat ik met dit drankje een gouden stem zou krijgen…
maar ik moet alleen maar hikken… (hik, hik)
Bur Een gouden stem… haha… dat is helemaal mooi… je kunt nog moppen vertellen ook…
een gouden… hik… hik… stem… haha…
Nou jij hebt de eerste prijs verdiend. Daarom zal ik nu op plechtige wijze de zilveren wisselbeker gaan overhandigen en…
(Op dat moment komt hardloper Razendsnel aanhollen en hij grijpt meteen de beker)
R Hèhè… daar ben ik weer terug uit Australië… nu is de beker van mij.
(Hij gaat er met de beker vandoor)
B (Zuchtend) Nu hebben we zelfs niet eens meer een prijs om uit te reiken.
V Wat is nou een songfestival zonder prijs?
Wat een sof.
Wat moeten we nou?
Ja burgemeester, zeg nou ‘ns wat… wat doen we nou?
(De burgemeester pakt twee deksels, slaat die tegen elkaar en zegt:)
Bur Wat we gaan doen? Wég… we gaan met z’n allen eens een poosje weg uit dit ellendige Knudde aan het Riet,
want hier lukt nooit iets. Allemaal klaar? Daar daan we…!
Lied 9. HÉ, HÉ, HÉ!Refrein:
Hé, hé, hé
wie gaat er met ons mee, mee
gezellig de muziek achterna
van je hoempapa en tralala
van we gaan nog niet naar huis nog lang niet
niemand is er thuis
We gaan voorlopig eens een maandag of wat van huis!1.
Lekker met z’n allen aan de zwier-zwier,
zwieren met z’n allen ver van hier-hier
Hier loopt alles altijd uit de hand:
wie is daar nou op gebrand
Hé, hé hé hé!Refrein

2.
Lekker eens een tijd ertussen uit-uit
Uit dit dorp, voorlopig richting zuid-zuid
Wanneer we terugkomen – misschien
nou dat zullen we wel zien.
Hé, hé hé hé!

Refrein

EINDE


About eisema

I'm just a nice guy all over the internet

Discussion

No comments yet.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: